Onze herkomst

Gezellige Maasdorpjes, afgewisseld met aardbeien- en aspergevelden. Dat is het Maasdal aan de westzijde. Aan de andere kant richting Duitsland ligt een uitgestrekt bos en heidegebied.

De grens van Limburg en Noord-Brabant

Onze familie Arts is afkomstig uit de naburige dorpen Geijsteren en (daarna) Vierlingsbeek. Mooie plaatsjes verscholen tussen de bossen aan de oevers van Maas in de provincies Limburg en Noord-Brabant. Je kan er idyllische wandelingen maken langs historische plekken uit de tijd van onze voorouders!

Het grondgebied van beide gemeenten heeft talrijke sporen prijs gegeven van bewoning in de prehistorie. Zo duiden vondsten van koppen en kaakfragmenten op de plaats waar de oude kerk van Geijsteren heeft gestaan op de vroegere aanwezigheid van een offerplaats. Het oudste voorwerp ooit in deze omgeving gevonden, dateert uit de laatste fase van de ijstijd!

De aloude trek naar dit gebied is te verklaren door de aanwezigheid van vruchtbare landbouwgronden, maar ook de strategische ligging aan de Maas is voor de ontwikkeling van handel en verkeer van zeer grote betekenis geweest. De rivier was in de oude tijden immers nog goed bevaarbaar. Pas toen in 1826 de Zuid- Willemsvaart werd aangelegd, waardoor ontzettend grote massa’s water aan de Maas werden ontrokken, was het afgelopen met de bevaarbaarheid van de rivier.

’t Jonckhof in Geijsteren

Geijsteren ligt, verscholen tussen de bossen aan de oevers van de zacht klotsende Maas, in Noord-Limburg op de grens met de provincie Noord-Brabant.  Er bestonden al lang voor het jaar 1000 twee belangrijke cultusplaatsen; een christelijke midden in het bos en elders een (vermoedelijk) heidens – Germaanse die zeker bestaan moet hebben ten tijde van de kerstening door Sint-Willibrordus of één van zijn medemissionarissen.

De oudste bekende stamvader was Arnoldus Van ’t Jonckhof , geboren omstreeks het jaar 1620. Hij (en later zijn zoon Petrus) woonde en werkte op de pachthoeve “De Jonkhof” welke nog steeds op dezelfde plaats (weliswaar aangepast en verbouwd) kan bewonderd worden.

Betreffende de pachthoeve van Adam Schellart vonden wij in het archief te Maastricht het volgende):

“den Jonckhoff sijnde groot ongevehr naer aftreck van een weijde onder Maeshees gelegen ad ongevehr twee en veertigh morgen en een en veertigh roeden, belast boven de schattinge met eene gulden thien stuyvers: perm: aen die Gilde van St.- Willibrordus, en met veertien stuyvers aen de kercke, en met anderhalf malder rogge aen de pastorije alhier; boven dien blijvende desen hoff den ‘Jonckhoff’ tot securiteijt en guarant verbonden voor het abandon voor den hoff de Rosmeulen onder Oostrum gelegenen sulcx in aensien van eene verbuytinge van een stueck erff volgens eenen gemaeckten contract de dato den 8 meert 1770, gerichterlijck voor Schepenen tot Geijsteren gepassert”

Notariële acte ’t Jonckhof

Van Geijsteren naar Vierlingsbeek

Bij zijn huwelijk in 1678, is onze stamvader Petrus verhuisd van het huidige Limburgse Geijsteren in het land van Kessel naar Vierlingsbeek in het land van Cuijck in de tegenwoordige provincie Noord-Brabant.

Vierlingsbeek dankt waarschijnlijk zijn naam aan de 14de eeuwse geslachtsnaam Vierlinc, meer bepaald aan Ridder Joannes Vierlinc van Beeck. De schepenbank van Vierlingsbeek moet eveneens in die periode zijn ontstaan. De gemeente maakt deel uit van het “Land van Cuyck” dat in deze Middeleeuwen ontstond en verder bewogen tijden heeft gekend. Eeuwenlang is het een geïsoleerd gebied geweest. In het oosten vormde de Maas van Grave tot aan Maashees een natuurlijke barrière, en in het westen lag de Peel. Pas na de tweede Wereldoorlog is het Land van Cuijk goed ontsloten.

In Vierlingsbeek kan men vandaag nog rustig wonen in een mooie landelijke omgeving. Het historische landschap van de streek is uitzonderlijk goed bewaard gebleven, en meer dan een bezoek waard. Sinds mensenheugenis werden de huizen gebouwd werden aan de rand van de winterbedding van de Maas.  De Maas vloeide vroeger immers waar hij vloeien kon, zodat ook vandaag nog vele gebieden ’s winters overstromen.  De dorpen liggen op een zodanige hoogte dat ze bij de meeste overstromingen van de Maas net niet onder water lopen. De bewoners laten hun vee grazen op de vruchtbare maasweiden. De percelen worden en werden gescheiden door meidoornhagen, die als een soort natuurlijk prikkeldraad fungeerden.

Tot het einde van de 20ste eeuw was Vierlingsbeek nog een zelfstandige gemeente, verdeeld in 6 kerkdorpen: Vierlingsbeek, Overloon, Maashees, Holthees, Groeningen en Vortum-Mullem.  Sinds de gemeentelijke herindeling op 1 januari 1998 maakt het deel uit van de gemeente Boxmeer, dewelke uit elf kernen bestaat.

Tips bij een wandeling in de streek

  • Het grootste Beekse kasteel “Macken” werd mogelijk gesticht door hertog Arnoud van Gelre. Het bleek in ieder geval een belangrijke belastingsvrije hoeve van het edelgeslacht Van Broekhuizen, dewelke vanaf de late vijftiende eeuw geleidelijk werd verbouwd tot kasteel. Omstreeks 1700 was Baron Johan Albert Bouwens van der Boye de heer van Macken. Het uiteindelijk bouwvallige kasteel werd in 1806 gesloopt, waarschijnlijk in opdracht van de laatste heer August Marie Chretien d’ Overschie de Neeryssche. Thans markeren – even ten noorden van Holthees – alleen een paar oude schuurstallingen met speklagen de historische plaats.
  • Aan de Makkenweg is nog een klein gedeelte van de voormalige voorburcht te zien, en een gevelsteen van het kasteel kan men bewonderen naast de St. Jozef kapel in Smakt. Deze kapel werd in 1699 door de bovenvermelde Baron van Boyen gesticht met als doel de bewoners van het gehucht Smakt in de gelegenheid te stellen gedurende de wintermaanden ’s zondags de vroegmis bij te wonen en het catechismus onderwijs te ontvangen. Smakt is in bijna drie eeuwen uitgegroeid van een kleinere bedevaartplaats, tot een oord van gebed en verering van St. Jozef.
  • Te Groeningen stond het grote, reeds in 1532 vermelde kasteel “Voirt”. Dit stamkasteel van de oude landadellijke familie Van De Voirt behoorde vervolgens aan de familie Collart van Lynden en nog later aan het einde van de 17de eeuw aan het geslacht Van Ravenschot van Capelle. De in Groeningen geboren Arnould Theodoor Van Ravenschot stond later beter bekend als Abt Hiëronymus van de Norbertijnenabdij van Postel.  De Van Ravenschots hadden tevens gedurende lange tijd het nabij gelegen versterkte opslag- of jachthuis “’s Hertogentoren” (ook “de Spycker” genaamd) in eigendom, alsmede het iets zuidelijk van het kasteel gelegen “Joncker Collaertz hoff”.
  • Zuidelijk van het veerhuis Bekerstaai onder Vierlingsbeek vinden we in een weiland de resten van het oudste kasteel of versterkte huis het “Oirtje” of “Oertken”, hetwelke “heer tot Venlingsbeek” Udo den Boese net na 1400 in leen kreeg. Het huis behoorde toen tot de voornaamste bezittingen van Otto, heer van Cuijck. Sedert 1190 trad de Graaf van Leuven op als leenheer van de Heer van Cuyck.  Echter de heren van Cuyk stelden zich ook onder de hoede van kerkelijke machthebbers, en zo wordt Otto Van Kuijc op 4 maart 1325 te Keulen beleend door de Roomse koning Lodewijk IV met het land van Cuyk. In het begin van de 17de eeuw kocht Jonker Christoffel Van den Hattert het Oirtje, en aan het einde van de 17de eeuw & het begin van de 18de eeuw was het in leenbezit van de familie Roper. In 1714 verwierf Johan Albert Bouwens van der Boye het. Als gevolg van ouderlijke boedelscheiding in 1736 verkreeg freule Antoinette baronesse van der Boye van Macken het goed, dat na haar dood toekwam aan Johan Albert, baron d’ Overschie de Neeryssche.
  • In het buurtschap Schafferden lag het Vierlingsbeekse kasteel “de Hattert”, genaamd naar diens eerste bewoners Van den Hattert, dat aanvankelijk waarschijnlijk geen leengoed maar een vrij goed was. In de 17de eeuw kwam op de plaats van het oude bouwwerk een vernieuw kasteel te staan. Het kwam in 1694 aan Piet Ruyl toe, waarna het in 1731 werd geërfd door de Beekse Predikant Albert Ruyl. Het kasteel met zijn mooie bossen en lanen werd in 1944 verwoest.
  • Aan de Grotestraat in Vierlingsbeek staat nog de oude en mooi gerestaureerde watermolen.
  • Een wandeling in de streek loopt wellicht voor een groot deel langs “Het Pieter Pad”. Dit meest bekende wandelpad in Nederland loopt van Pieterburen aan de Waddenzee naar de Pietersberg in Maastricht. Totale lengte 480 km.
  • In de 13de of 14de eeuw werd op de oude cultusplaats in de Geijsterse bossen de Sint-Willibrordsput gebouwd, en in de 15de eeuw de huidige gotische kapel ernaast (ook de kapel van “St. Wilbert in het Zand” genaamd).  De verering van Willibrord bestond in Geijsteren met zekerheid al in die 15e eeuw. Uit gegevens vanuit het midden van de 17e eeuw blijkt dat de kapel toen ook daadwerkelijk door bedevaartgangers werd bezocht, en tot de 19e eeuw door pelgrims uit de verre omgeving.