Inventaris van 18de eeuwse voorvader

Op datum van 8 januari 1729 vinden we in het archief van het “Land van Cuyck” een akte met daarin de inventaris van alle bezittingen van Aert Peters.  De akte beslaat wel vijf bladzijden, en de aanhef luidt als volgt:

“Staet ende inventaris van soodaenige goederen als Aert Peters, wevenaer van wijlen Agatha Hendricx in haer leven eheluyden beyde tot haeren sterfdagh gepossideert ende beseten hebben.  Eerstelijk de helftseheid van een huys, boomgaert ende moshof op den Beurggraeff tot Vierlingcxbeeck gelegen groot int geheel vijf verdel.”  Dan volgt de opsomming van bezittingen, waaronder: “een peert, twee melck koy, een mael, een kalf, 29 schaepen…”  De akte besluit als volgt: “Wij….schepenen des gerichts van Vierlincxbeek doen cond ende getuygen dat voor ons gecompareert ende verschienen is Aert Peters inwoonder alhier, ende heeft onder solemnele Eede verclaert, ten dien eynde aen onse handen afgelijdt, desen voorstaenden inventaris opregtelijk en deughdelijk opgegeven te hebben sonder daer van iets afgelaeten t’ geene daer hadde op gebraght werden …niet te min soo naer maels iets wel minder ofte meerder mochte bevonden worden  de selven ten allen tyde daer mede te sullen diminueren ofte amplieren.  Alles aldus gepasseert tot Vierlincxbeek in dato den 9de January 1729, in oirconde der waerheijt hebben wij gerichtspersonen voornoemt deses respectyvelijk onderteeckent …”.