Godsvrucht

de paternoster

Over tante Jeanne Jacqmain door haar kinderen

Moeder was doordrongen van de negentiende-eeuwse mentaliteit van haar ouders en de idealen, die hun denken en doen beheersten, zijn ook in onze opvoeding puntig naar voren gekomen: het harmonieuze gezin, de liefdadigheid, maar vooral de godsvrucht en het geloof in de vorm van een streng katholicisme. Moeder placht te zeggen dat over geloofszaken niet moest nagedacht worden. Wij moesten blindelings geloven wat de Heilige Kerk ons voorhield en vooral geen ‘ongelovige Thomas’ zijn. Dat het leven pure ernst was, kwam tot uiting in de slogans die ons rond de oren werden geslingerd:

  • “Vroeg zingende vogels worden door de kat gevangen”;
  • “Waar een wil is, is een weg;
  • “Eerst het werk en dan het spel”;
  • “Rust roest, arbeid adelt.”

Samengevat: wij moesten soldaten van Christus zijn. Ledigheid was een groot gevaar en moest te allen prijs vermeden worden. Ook lezen werd eerder beschouwd als een bezigheid voor leeglopers. Werken was zaligmakend.

Van godsvrucht gesproken. Natuurlijk moesten we alle dagen naar de mis, op de eerste rij gaan zitten en vooral niet te laat komen. Moeder zei altijd: “Om de koning te zien zoudt ge wel drie uur op voorhand in Brussel komen en nu gaat ge naar de koning der koningen”. En alle dagen van het jaar werd, aansluitend op het avondeten, in familie ‘de paternoster’ Gebeden. Een ritueel waaraan, spijt de grootste vindingrijkheid, niet te ontsnappen viel.

De eerste dag van het nieuwe jaar werd er de litanie van alle heiligen aan toegevoegd, de opdracht van het gezin aan het Heilig Hart van Jezus en tot slot volgende smeekbede tot Sint Anna: “Heilige moeder Anna, bewaar ons huis van vuur en vlam, houd dieven en ongelukken van de deur en zet er een heilige engelbewaarder voor”.

Om ter vlugst, ‘mis gespeeld’

Luc Arts, s.j.

Waar mama die onuitputtelijke moed vandaan bleef halen, we hebben er het raden naar. Zeker is dat moeder sterkte vond in haar diep ingeworteld geloof en in de honderden of misschien wel duizenden rozenhoedjes die zij gebeden heeft terwijl de lichtblauwe kraaltjes van haar Paternoster door haar vingers gleden.

Na het overlijden van moeder bleef vader alleen wonen op de Koninklijkelaan. Het was dicht bij zijn oudste zus Jeanne, die slechts een paar honderd meter verder woonde op de Grote steenweg. Door dit gelukkig toeval zagen zij elkaar elke morgen, wanneer ze samen en vooraan de morgenmis bijwonden in de parochiekerk. We kunnen zonder moeite gissen voor wie ze er vurig en devoot hebben gebeden. Voor allen die ze innig hadden bemind.

Bompa Dekkers’ timmerde allerlei speelgoed in elkaar, ondermeer een heus altaar op kinderformaat, met tabernakel en kunstzinnig uitgewerkt retabel voor de monstrans. Vermits wij allemaal en vanzelfsprekend als misdienaar voor de dagelijkse mis in de Basiliek van het Heilig Hart (in de Merodelei) werden opgeleid, ontwierp bompa voor ons dit altaar als een handig oefenterrein en werden tegelijk aangepaste priesterkleren en een kazuiveltje aangemaakt met alles erop en eraan. Een onderliggende wens zal wel geweest zijn dat misschien een of andere van zijn kleinkinderen door veel ‘missen te spelen’ de weg van zijn zoon Karel zou volgen en kiezen voor het kloosterleven. De twee zijn gebeurd: we hebben veel, en soms om ter vlugst, ‘mis gespeeld’ en later hebben Piet en Luk inderdaad voor het priesterschap gekozen.