Frans en Lily

Franciscus Aline Guilielmus Arts werd op vrijdag 15 maart 1907 te Antwerpen geboren als zoon van Guilielmus Arts (VII-b) en Maria Van Bogaert.

Hij eindigde zijn Humaniora als kostschoolganger op het Jezuïetencollege te Aalst.  Zijn diploma van dokter in de geneeskunde behaalde Frans aan de Universiteit te Leuven, en vervolgens specialiseerde hij zich in de kindergeneeskunde te Straatsburg.  Na het behalen van zijn diploma vestigde hij zich aan de Everdijstraat 37 te Antwerpen.

Als 25-jarige is hij getrouwd op maandag 20 juni 1932 met de eveneens 25-jarige Emilia Maria Felicia Josepha Biemans. Zij was de oudste dochter uit een gezin met acht kinderen van notaris Felix Maria Josephus Biemans en Augusta Maria Anna Josepha Wouters.  Van haar vader Felix weten we dat hij mee aan de wieg stond van de Katholieke Harmonie Sint Cecilia (nu Edegems Harmonieorkest). Lily werd geboren te Edegem op maandag 5 november 1906.  Zij behaalde haar diploma van de Humaniora op kostschool  bij de Dames van het Christelijk Onderwijs in Flône. Uit dit huwelijk werden zes jongens en één meisje geboren.

Het huis aan de Everdijstraat werd verlaten in 1950, waarna het gezin zijn intrek nam in het ouderlijke huis van de familie Biemans aan de Drie Eikenstraat 16 te Edegem.

Allengs werd Frans tot diensthoofd benoemd van de kinderkliniek Louise-Marie.  Nadat hij de pensioenleeftijd had bereikt, verkochten ze hun eigendom en vestigden zich aan de Fruithoflaan 33 te Berchem. 

Fa overleed er op zaterdag 20 januari 1990 in de ouderdom van 82 jaar en 10 maanden. Lily Biemans overleed te Berchem op 17 september 1997 in de ouderdom van 90 jaar.

De volgende anekdotes die ons door de afstammelingen Arts – Biemans werden overgemaakt, willen we jullie niet onthouden:

  • Tijdens de oorlogsjaren kan Frans zijn broer Louis in de gevangenis bezoeken dankzij zijn gespeelde dubbele identiteit nl. ”Arts/Arzt “daar de bezetter niet begreep wie wat was, maar een dokter altijd het recht had zijn patiënt te bezoeken.
  • De ouders hadden beloofd dat als het gezin ongedeerd uit de oorlog zou komen, zij met alle kinderen naar Lourdes op bedevaart zouden gaan. Dit geschiedde in twee keer (de twee jongste zijn van na de oorlog). De eerste bedevaart met de 4 oudste kinderen vond plaats in 1948 met de wagen. Het was zoeken naar de kortste weg wegens benzinebons en de hotelovernachtingen werden betaald met koffie. Sommige “geboekte” hotels werden nooit gevonden wegens verwoest in de oorlog.
  • De tweede bedevaart vond plaats in 1956. In Lourdes aangekomen waren de twee jongste ziek zodat onze zus al de diensten en processies moest meemaken met de ouders,terwijl de zieken (?) werden vertroeteld in het Hotel de la Poste.
  • Nieuwjaar: traditiegetrouw gingen de kinderen die dag op stap om hun ooms en tantes Nieuwjaar te wensen. Jean (de oudste) mocht met de wagen van vader de andere broers rondrijden. Zus moest thuis mee voor het ontvangst zorgen. We volgden steeds een vast parcours met vertrek vanuit Edegem naar nonkel Georges en Paul (Berchem) en dan verder naar nonkel Charles, Jef en tante Jeanne. Tijdens de bezoeken kwamen we steevast andere neven en nichten tegen die ook aan hun ronde bezig waren. Die leidde tot spannende races om als eerste bij het volgende adres aan te komen. De oudsten durfden als eens een porto te drinken of een sigaar te roken, de jongste dronken cola, een drank die thuis strikt verboden was. Bij de respectievelijke Meters en Peters werd de nieuwjaarsbrief voorgelezen. De petekinderen ontvingen dan hun Nieuwjaarscent (een driedubbel gevouwd bankbiljet) in een kleine omslag ter grootte van een visitekaartje.
  • De voornaam van vader (Frans) veranderde naargelang de aanspreker. Sus of Fa voor zijn broers, François voor zijn schoonfamilie. Als moeder vader aansprak met François werd er onweer verwacht.
  • De zondag in Edegem verliep volgens een vast scenario. Om acht uur naar de mis (Sint Antoniuskerk, tweede rij rechts). Nadien gezamenlijk ontbijt met vooraf vastgelegd aantal pistolets per man, middagmaal bestaande uit rosbief met snijbonen en om 14.00 uur moest iedereen stil zijn want dan werd geluisterd naar Belcanto op NIR 1.
  • De familie opteert duidelijk voor traditie. Elke dinsdagavond kaarten, aankopen van 14 studebakers, 26 maal op winterverlof in Grindelwald (ereburger), alle kerstvieringen op het O-L-Vrouwe-college, alle maaltijden op vaste uren.
  • Voor de laatkomer(s) aan de maaltijd “werd den boek omgedraaid” t.t.z het gerecht geschrapt. Uiteraard had ieder zijn vaste plaats aan tafel. Vader aan kop met een stapel borden voor zich, die één voor één gevuld werden met de spijzen van de dag. ”Dit of dat lust ik niet” bestond niet en er werd er zorgvuldig over gewaakt dat iedereen alles opat. Niet op kwam bij de avondmaaltijd “koud” terug.
  • Pogingen tot tweetalige opvoeding: er werd besloten de oneven dagen van de maand tijdens het eten uitsluitend Frans te spreken. De verschillende pogingen over de jaren werden definitief gestopt als de jongste naar het hoger middelbaar ging omdat tijdens deze dagen de conversatie aan tafel feitelijk beperkt werd tot : “passez-moi le beurre svp”
  • Dienstbaarheid: als vader ‘s avonds thuis kwam claxonneerde hij tweemaal terwijl hij de oprit opdraaide. Er werd verwacht dat iemand naar beneden spurtte om de garagepoort te openen.
  • Entertainment: Op moederdag speelde de kinderen een toneelstuk voor de ouders met echte decors en alles erop en eraan. Het waren eigen versies van Roodkapje, Vrouw Holle enz…
  • Dikwijls werd er voor de jongste geen rol gevonden maar die mochten dan ergens opdraven verkleed als een kip of een konijn.