Burgemeester Arts

Start in de politiek

1921

Reeds zeer snel na zijn vestiging te Edegem is Willem Jan Arts in de politiek gegaan. Tijdens de eerste gemeenteraadsverkiezingen na de wereldoorlog, op 24 april 1921 werd W. Arts, handelaar, verkozen op de katholieke lijst “Nieuw Edegem”. Daar de zoektocht naar een geschikte kandidaat voor de burgemeesterssjerp niet van een leien dakje liep, scheelde het toen niet veel of onze stamvader was reeds burgemeester geworden. De eer viel uiteindelijk te beurt aan Alfons Schoesetters die het burgemeestersambt tegen wil en dank aanvaarde (noch de gouverneur, noch de minister van buitenlandse zaken dachten eraan handelaar G. Peetermans te benoemen).

Uit een geschiedenisboek over de gemeente Edegem noteren we dat Willem Arts anno 1922 een nog ontbrekende som geld voor het ietwat theatrale standbeeld van A. Baggen nabij het gemeentehuis betaalde.

Burgemeester Arts

1926

Bij de gemeenteverkiezingen van 10 oktober 1926 stelde de 60-jarige Guilielmus zich kandidaat op de katholieke lijst “Verenigde Katholieken”. Na een woelige verkiezingsstrijd met “wansmakelijke” verkiezingsartikels en –pamfletten werd hij in februari 1927 aangesteld tot burgemeester van Edegem. De plechtige inhaling had plaats op 15 mei, met feestelijke bevlagging en verlichting, optochten, “Te Deum”, praalstoet, feestmaal en vuurwerk. Onder de genodigden bevond zich burgemeester Fr. Van Cauwelaert.

Willem Arts zit dit banket voor, met Jozef Hellemans en pastoor Cuypers aan zijn zijde. Het is waarschijnlijk de viering op 3 oktober 1926 toen gemeenteraadslid Arts, het ereteken Pro Ecclesia et Pontifice kreeg van Paus Pius XI. Aan de linkertafel zitten zijn kinderen. (archief.edegem.be)

Van het door burgemeester Arts geformuleerde programma “vrede en eendracht” zou in de politieke praktijk niet veel terechtkomen, want de meeste beslissingen van de volgende maanden en jaren werden meerderheid tegen minderheid getroffen. Het waren in ieder geval niets steeds eenvoudige tijden, met grote financiële zorgenkinderen zoals de devaluatie van de frank, woningnood, sociale huisvesting en de werklozensteun. Verder was er nog de bewogen “Vlaamse politiek” van die jaren! Tijdens de eerste ambtstermijn van onze stamvader bekwam Edegem ook haar gemeentewapen, en merken wij op dat de kapel van O.L.Vr.-Troost-in-nood op kosten van burgemeester Arts – van Bogaert grondig werd hersteld in 1928.

Stoet bij de eerste steenlegging van de basiliek op 8 september 1931. In het midden burgemeester Arts. Rechts van hem de heer Versluys.

Tweede termijn

1932

Na een veel rustiger verkiezingscampagne werd Willem in 1932 opnieuw tot burgervader verkozen. In die periode was de hele internationale sfeer aan het versomberen door de gebeurtenissen die zich in Duitsland hadden voorgedaan. De periode kenmerkt zich tevens door een nieuwe devaluatie en de dood van Koning Albert en Koningin Astrid, maar ook door de expansie van de gemeente.
Hij was ook plaatsvervangend senator vanaf 1932.

Opening Prins-Boudewijnlaan
Minister Sap opent plechtig de Prins Boudewijnlaan op 17 juni 1933, links van hem Frans Van Cauwelaert,
rechts (met paraplu over de arm) Guillaume Arts, burgemeester van Edegem en August Van Put


Op 28 juni 1936 werd er door de Edegemse bevolking hulde gebracht aan de burgemeester ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag. De feestelijkheden vingen aan om half tien ’s ochtends met een dankmis opgedragen door de zonen Arts. Op dat ogenblik ontving W. Arts als geschenk een bronzen borstbeeld van de hand van K. Schuermans.

Derde termijn

1938

De derde ambtstermijn van W. Arts (hij was in 1938 opgekomen met de lijst “Katholiek Vlaams Blok”) zal reeds in 1940 vervroegd aflopen vanwege de oorlogsomstandigheden.
Overigens werd een familiefoto met zijn 10 kinderen en 42 kleinkinderen gepubliceerd in verkiezingsfolder van het Katholiek Vlaamsch Blok .

Gemeenteraad rond 1938
Onderste rij vlnr: Opdebeeck, Jozef ; Geo Peetersmans; Arts, Willem, onbekend, secretaris Frans Van den Berge.
Achteraan tweede links Henri Plettincx, rechts Karel Kussé en Hubert Kenzeler. Twee raadsleden ontbreken.

Het ambt zou hij invullen tot in 1950, behalve dus gedurende de oorlogsjaren, toen hij door de Duitsers werd afgezet. Tot zijn 85ste levensjaar heeft onze stamvader de sjerp gedragen!